Moeilijkheidsgraden van wandelpaden: de SAC schaal

De SAC (Swiss Alpine Club) schaal voor wandelpaden is de standaard die de moeilijkheidsgraad van alle paden, routes en trails aanduidt in de Duitssprekende landen. De moeilijkheidsgraad wordt gebaseerd op de ondergrond, helling, en aanwezigheid van geëxponeerde passages, en de ervaring, uitrusting, en voorzorgsmaatregelen die nodig zijn om de paden veilig te volbrengen.

  • T1: Wandelpaden

    Duidelijke, gebaande paden zonder grote uitdagingen of moeilijkheden. De ondergrond is grotendeels compact en de hellingsgraad gering. Er is geen gevaar om de diepte in te vallen.

    op de komoot-kaart.
  • T2: Bergwandelpaden

    Goed gemarkeerde paden zonder grote technische uitdagingen. Gevaar om te vallen aanwezig in sommige segmenten en de hellingsgraad wordt steiler.

    op de komoot-kaart.
  • T3: Veeleisende bergwandelpaden

    De paden zijn normaal gesproken vrijgemaakt en moeilijke passages zijn vaak met touwen of kettingen gezekerd. De paden bestaan uit harde ondergrond en kunnen steil zijn. Het gevaar om te vallen wordt groter.

    op de komoot-kaart.
  • T4: Alpiene wandelpaden

    Paden kunnen ongemarkeerd zijn en over gletsjers, gruis-/puinhellingen gaan of over steil terrein zonder zichtbaar pad. Gevaar om te vallen is aanwezig in de segmenten die het meest zijn blootgesteld aan weer en wind.

    op de komoot-kaart.
  • T5: Veeleisende alpiene wandelpaden

    Vaak paden die niet duidelijk zichtbaar zijn. Uitdagend terrein, steile rotsige hellingen en sneeuwhellingen of gletsjers zijn te verwachten. Pickel/ijsbijl en touwen kunnen noodzakelijk zijn.

    op de komoot-kaart.
  • T6: Moeilijke alpiene wandelpaden

    Grotendeels ongemarkeerde paden met tot tweedegraads klimpassages (UIAA). Het terrein is steil en rotsig en kan lange passages over gletsjers bevatten. Het gevaar om uit te glijden of te vallen is veel groter en uitgebreide alpiene klimuitrusting is een vereiste.

    op de komoot-kaart.

Meer hulp nodig? Bezoek ons Helpcentrum